Vorige week kon je de
reacties lezen van mijn leerlingen, op het seminar dat op 17 november werd
gegeven in Den Haag. Experts waren de heer Teddy Suratmadji, secretaris
generaal van de wereldbond PERSILAT en de heer Erizal Chaniago, secretaris van
de Indonesische pencak silat bond. Zij waren speciaal vanuit Indonesië gekomen.
Onderstaand mijn eigen beleving van dit evenement. Want in mijn ogen was het
niet allemaal positief.
Eigenlijk ontkom ik er niet aan om weer een stukje geschiedenis te vertellen.
De heer George de Groot en ik hebben niet alleen Stichting ASLI opgericht (een
stichting ter behoud en verbreiding van de edele verdedigingskunst pencak
silat), we hebben in de jaren tachtig samen ook een bond opgericht: de
Nederlandse Associatie Pencak Silat Indonesia, afgekort NAPSI. Deze bond
draaide goed, totdat vanuit Indonesië het dringende verzoek kwam om een nieuwe
bond te creëren, de Nederlandse Pencak Silat Bond, NPSB. Dit aangezien er
meerdere bonden in Nederland waren die men tot een eenheid wilde vormen. Omdat
de NAPSI een bond was die officieel geregistreerd stond en ook erkenning had
van de Federatie Oosterse Gevechtskunsten, werden onze statuten hiervoor
gebruikt. In feite werd de NAPSI dus omgevormd naar NPSB.
Het resultaat is dat de NPSB nooit goed gefungeerd heeft. De bond is niet
representatief voor de pencak silat in Nederland. Veel verenigingen zijn uit de
bond gegaan wegens wanbestuur. Er worden geen verkiezingen gehouden, dus de
voorzitter die er nu is en de secretaris (zijn vrouw) staan al zo’n 15 jaar aan
het roer. Vanuit Indonesië komt er geen actie, de wereldbond vindt dat de
verenigingen in Nederland het zelf maar uit moeten zoeken. Ondertussen is er
geen contact met de NPSB. De voorzitter is verschillende malen uitgenodigd door
de Indonesische ambassade, maar er is nooit een reactie terug gekomen, niet eens
een bevestiging van ontvangst. Ook op 17 november was de NPSB natuurlijk
uitgenodigd en niet op komen dagen.
Intussen bracht de heer Teddy Suratmadji op het seminar de boodschap dat alle
scholen zich zouden moeten aansluiten bij de NPSB. Het leek wel een ouderwetse langspeelplaat
die bleef hangen. Wij en verschillende andere verenigingen hebben ons allang
weer aangemeld bij de NPSB, nadat we ons medio 2000 hadden uitgeschreven. Je
krijgt alleen geen reactie. Als de NPSB daar aanwezig was geweest, hadden we
dit ter plekke kunnen regelen. Maar helaas.
Er ontstond wel een grimmige sfeer, omdat er enkele verenigingen aanwezig waren
die al die jaren nog wel bij de NPSB zijn gebleven. Zij waren er niet blij mee
dat dit gezegd werd, aangezien zij andere belangen hebben. Uiteindelijke suste de heer Erizal Chaniago de zaak door
te beloven dat er maatregelen zouden komen indien binnen een half jaar geen
verandering zou optreden.
Ik vind het ten eerste een belediging naar de ambassadeur dat er niet
gereageerd wordt op een uitnodiging van haar kant. Daarnaast vind ik het
oneerbiedig naar de wereldbond en de Indonesische bond om niet op te komen
dagen. Het is een vreemde gewaarwording dat ze los van elkaar opereren en een
slecht voorbeeld voor de Indonesische verdedigingskunst.
Ik hoop dat er nog een oplossing komt voordat ik onder de groene zoden lig.
Maar ik slaap er slecht van. Ondertussen hebben De Groot, Tulalessy en ik de
NAPSI weer nieuw leven ingeblazen. Samen proberen we de naam van de
verdedigingskunst hoog te houden. Je moet er toch het beste van zien te maken.
zaterdag 14 december 2013
zondag 8 december 2013
Seminar
Op
zondag 17 november 2013 was er een seminar op de Indonesische ambassade in Den
Haag. Seminar betekent: bijeenkomst met als doel over een bepaald onderwerp
nieuwe kennis te vergaren. Het onderwerp was natuurlijk: pencak silat.
Als deskundigen uit Indonesië waren uitgenodigd: de heer Teddy Suratmadji, secretaris generaal van de wereldbond PERSILAT en de heer Erizal Chaniago, secretaris van de Indonesische pencak silat bond. Zoals je in de vorige blog kunt lezen waren zij gekomen door interventie van een van mijn vrienden en metgezellen in de verbreiding van de pencak silat, de heer George de Groot, met wie ik samen de Stichting ASLI (stichting ter behoud en verbreiding van de edele verdedigingskunst) heb opgericht.
Het seminar begon met een serie demonstraties door de aanwezige verenigingen. Elke leerschool kreeg vijf minuten de tijd. Daarna volgde een stuk theorie in twee rondes.
Via deze link is onze demo te zien: http://www.pencaksilatindonesia.nl/index.php/nl/component/allvideoshare/video/latest/permasit-seminar-pencak-silat-2013
Als deskundigen uit Indonesië waren uitgenodigd: de heer Teddy Suratmadji, secretaris generaal van de wereldbond PERSILAT en de heer Erizal Chaniago, secretaris van de Indonesische pencak silat bond. Zoals je in de vorige blog kunt lezen waren zij gekomen door interventie van een van mijn vrienden en metgezellen in de verbreiding van de pencak silat, de heer George de Groot, met wie ik samen de Stichting ASLI (stichting ter behoud en verbreiding van de edele verdedigingskunst) heb opgericht.
Het seminar begon met een serie demonstraties door de aanwezige verenigingen. Elke leerschool kreeg vijf minuten de tijd. Daarna volgde een stuk theorie in twee rondes.
Via deze link is onze demo te zien: http://www.pencaksilatindonesia.nl/index.php/nl/component/allvideoshare/video/latest/permasit-seminar-pencak-silat-2013
Ik vond het leuk om met mijn leerlingen naar Den Haag
te gaan. Onder hen waren ook een paar Indonesiërs. Hier wat reacties die ik
achteraf (in de auto en op de training) hoorde:
“Het is een goede formule om korte demo’s te laten zien. Soms kan een voorstelling langdradig zijn en dan is het in 5 minuten tenminste klaar. Ook heb je zo een mooi overzicht van wat er op pencak silat gebied gedaan wordt.”
“Goed dat er een website is waarop alles geregistreerd staat: www.pencaksilatindonesia.nl “
“Leuk dat er ook kinderen optraden. Maar voor hen is een seminar natuurlijk niet echt geschikt.”
“Wat is eigenlijk de visie van de wereldbond? De secretaris generaal zegt: ze willen een olympische sport worden, maar het was voor mij niet duidelijk hoe ze dit willen bewerkstelligen. Ze hebben geen goede website, deze is zelfs al jaren ‘under construction’! En dan zegt hij ook nog: wie verstand heeft van computers, mag zich aanmelden. Haha.”
“Maar die man van de wereldbond is een politicus in Indonesië. Hij is ook een geslaagd zakenman en CEO van een hotel. ”
“De secretaris van de IPSI leek me wel geschikt. Ik heb gisteren en vandaag een tijdje met hem gesproken. Hij zei dat hij een aantal kwalitatief goede demo's had gezien, die ook op wereldniveau zouden kunnen deelnemen.”
“Het seminar zelf had wel wat meer inhoud mogen hebben. Die man had een boekje vast met basishoudingen die we allemaal al hebben gehad en die mocht ik voordoen.”
“Ja, ik had ook zin in wat meer actie.”
“Binnen het seminar werd nauwelijks aandacht besteed aan het kunstaspect: muziek, kleding, wapens. Verschillen tussen West-Javaanse en Oost-Javaanse verdedigingskunst.”
“Ik vraag me ook af wat het doel was van dit seminar. Maar mij hoor je niet klagen, want het was weer een gezellige dag. En het eten was goed.”
“Het is een goede formule om korte demo’s te laten zien. Soms kan een voorstelling langdradig zijn en dan is het in 5 minuten tenminste klaar. Ook heb je zo een mooi overzicht van wat er op pencak silat gebied gedaan wordt.”
“Goed dat er een website is waarop alles geregistreerd staat: www.pencaksilatindonesia.nl “
“Leuk dat er ook kinderen optraden. Maar voor hen is een seminar natuurlijk niet echt geschikt.”
“Wat is eigenlijk de visie van de wereldbond? De secretaris generaal zegt: ze willen een olympische sport worden, maar het was voor mij niet duidelijk hoe ze dit willen bewerkstelligen. Ze hebben geen goede website, deze is zelfs al jaren ‘under construction’! En dan zegt hij ook nog: wie verstand heeft van computers, mag zich aanmelden. Haha.”
“Maar die man van de wereldbond is een politicus in Indonesië. Hij is ook een geslaagd zakenman en CEO van een hotel. ”
“De secretaris van de IPSI leek me wel geschikt. Ik heb gisteren en vandaag een tijdje met hem gesproken. Hij zei dat hij een aantal kwalitatief goede demo's had gezien, die ook op wereldniveau zouden kunnen deelnemen.”
“Het seminar zelf had wel wat meer inhoud mogen hebben. Die man had een boekje vast met basishoudingen die we allemaal al hebben gehad en die mocht ik voordoen.”
“Ja, ik had ook zin in wat meer actie.”
“Binnen het seminar werd nauwelijks aandacht besteed aan het kunstaspect: muziek, kleding, wapens. Verschillen tussen West-Javaanse en Oost-Javaanse verdedigingskunst.”
“Ik vraag me ook af wat het doel was van dit seminar. Maar mij hoor je niet klagen, want het was weer een gezellige dag. En het eten was goed.”
zondag 1 december 2013
Gezamenlijke training
.
16 november 2013
was een memorabele dag. Op deze dag hebben we met onze verenigingen Paguron
Mande Muda Mawar Suci, P.S. TRI-Bhakti en Perguruan PERMASIT een gezamenlijke
training gehouden in Vught. Niet dat het de eerste keer was dat we samen hebben
getraind. Het was bijzonder omdat er deze keer een afvaardiging uit Indonesië
aanwezig was.
Ik werk al sinds de jaren zeventig samen met andere guru’s, onder wie guru Tulalessy en guru De Groot. Ik heb met hen een sterke band, omdat zij net als ik de Indonesische verdedigingskunst in haar ware zin beoefenen. Zij hebben, net als ik, al tijdens hun jeugd in Indonesië hiermee kennisgemaakt en ze zijn erop gebrand om het culturele erfgoed te bewaken.
Ik werk al sinds de jaren zeventig samen met andere guru’s, onder wie guru Tulalessy en guru De Groot. Ik heb met hen een sterke band, omdat zij net als ik de Indonesische verdedigingskunst in haar ware zin beoefenen. Zij hebben, net als ik, al tijdens hun jeugd in Indonesië hiermee kennisgemaakt en ze zijn erop gebrand om het culturele erfgoed te bewaken.
In
de jaren zeventig en tachtig werd het in Nederland een rage om een
verdedigingskunst en/of vechtsport te beoefenen. In die tijd werd ook de pencak
silat populairder. Er waren in Nederland veel mensen die een karateschool
oprichtten, waaronder ook een aantal Indischen. Zij wilden terug naar hun roots
en besloten na een vakantie in Indonesië hun karateschool om te vormen naar een
leerschool voor pencak silat.
Persoonlijk vond ik het goed dat er meer aandacht kwam voor de pencak silat in Nederland. Maar waar ik op tegen ben, is commerciële uitbuiting. Als leraar dien je bepaalde ethische normen te handhaven. Je moet goed beslagen ten ijs komen. Leerlingen kunnen niet binnen twee of vier jaar een zwarte band behalen bij mij. Ze moeten tientallen jaren getraind hebben en dan nog kan het gebeuren dat ik afscheid van hen neem, bijvoorbeeld bij wangedrag. Want ik vind dat je jezelf zowel in als buiten de trainingszaal goed moet gedragen. Daarom ben ik er heel erg op tegen dat sommige mensen na een weekendje trainen zichzelf al guru noemen. Dit heeft het imago en het niveau van de verdedigingskunst pencak silat enorm omlaag gehaald.
Guru Tulalessy en guru De Groot hanteren dezelfde normen als ik en daarom werk ik graag met hen samen. Toevallig wonen we ook bij elkaar in de buurt: de heer Tulalessy woont in Den Bosch en de heer De Groot woont in Nijmegen.
Omdat
er veel verschillende vormen zijn in de Indonesische verdedigingskunst (Indonesië bestaat namelijk uit duizenden eilanden), is het
lastig om samen een training op te zetten. Hier heeft de wereldorganisatie van
de pencak silat (PERSILAT) iets op bedacht: er zijn twee internationale lopen gecreëerd.
Er is een trio ongewapend (Jurus Wajib Regu, letterlijk 'verplichte groepsloop') en een solo ongewapend/gewapend (Jurus Wajib Tunggal, letterlijk 'verplichte sololoop'). Deze internationale
lopen trainen wij samen. Dit deden wij dus ook op 16 november, toen de heren
van de Indonesische pencak silat bond en de wereldbond kwamen kijken.
Van mijn leerlingen kreeg ik positieve reacties. De training was strak en hard. Onze vaandels waren opgehangen in de gymzaal en het Indonesische wapen, de Pancasila, was aanwezig. De sfeer was uitermate goed en ik vind het fijn om te zien dat onze leerlingen het onderling goed kunnen vinden. Ze mengen zich goed onder elkaar en omdat ze hun eigen tenue dragen, is het een kleurrijk geheel. Alles liep gesmeerd, van de training zelf tot aan de ontvangst, de hapjes en drankjes. Ik hoop dat we dit vaker mogen meemaken.
Van mijn leerlingen kreeg ik positieve reacties. De training was strak en hard. Onze vaandels waren opgehangen in de gymzaal en het Indonesische wapen, de Pancasila, was aanwezig. De sfeer was uitermate goed en ik vind het fijn om te zien dat onze leerlingen het onderling goed kunnen vinden. Ze mengen zich goed onder elkaar en omdat ze hun eigen tenue dragen, is het een kleurrijk geheel. Alles liep gesmeerd, van de training zelf tot aan de ontvangst, de hapjes en drankjes. Ik hoop dat we dit vaker mogen meemaken.
Via
de volgende link kun je de foto’s bekijken: foto's training Vught
zondag 24 november 2013
Hoog bezoek
![]() |
| Samen met de heer Firdaus Dahlan, met het certificaat van Stichting ASLI dat ik hem bij zijn afscheid gaf |
Vorige
week ben ik het hele weekend op pad geweest voor een evenement van de Indonesische
Ambassade in Nederland. Het begon zaterdagochtend en ik was op zondagavond laat
thuis. Ik was kapot en had gewoonweg de moed niet meer om nog iets op deze
weblog te plaatsen.
De Indonesische Ambassade heeft vorige week twee heren uit Indonesië laten overkomen: de algemene secretaris van de Indonesische pencak silat bond (IPSI) en de secretaris generaal van de wereldbond (PERSILAT). Zij kwamen naar Nederland voor ontmoetingen met verschillende pencak silatscholen (op zaterdag 16 november) en om een seminar te geven (op zondag 17 november). Een druk weekend dus!
De Indonesische Ambassade heeft vorige week twee heren uit Indonesië laten overkomen: de algemene secretaris van de Indonesische pencak silat bond (IPSI) en de secretaris generaal van de wereldbond (PERSILAT). Zij kwamen naar Nederland voor ontmoetingen met verschillende pencak silatscholen (op zaterdag 16 november) en om een seminar te geven (op zondag 17 november). Een druk weekend dus!
Aan hun bezoek is een hele geschiedenis
voorafgegaan. Ik heb in 2003 samen met de heer George de Groot een stichting
opgericht om de belangen van de pencak silat Indonesia te behartigen, genaamd ‘Stichting
ASLI’. Ik heb via deze stichting altijd nauw samengewerkt met diplomaten van de
Indonesische ambassade in Nederland.
Nou zijn Indonesische diplomaten altijd
maar tijdelijk in Nederland: na een paar jaar moeten ze terug naar hun eigen
land, waar ze in dienst zijn bij het departement buitenlandse zaken. Maar met
de vorige attaché van cultuur, de heer Firdaus Dahlan, heb ik een speciale
band. Ik vond het dan ook jammer dat hij eind 2010 moest vertrekken. We hebben nog vaak contact en zien elkaar steeds als hij in Nederland is
en als ik in Indonesië ben.
De heer Dahlan nodigde mij het afgelopen
jaar uit voor een groot congres in Indonesië: Diaspora. Diaspora betekent: de
grootschalige verstrooiing of verspreiding van een volk over verschillende
delen van de wereld. Op het congres komen Indonesiërs vanuit de hele wereld bij
elkaar om te praten over verschillende onderwerpen. Indonesië maakt momenteel
een grote economische groei door en ook op milieugebied worden er verbeteringen
aangebracht. Uiteraard is er ook aandacht voor cultuur.
Omdat ik al op zo’n hoge leeftijd ben en
niet meer zeker wist of ik de krachten nog zou hebben om de reis te maken en
aan zo’n groot evenement deel te nemen, stelde ik voor dat mijn medeoprichter
van Stichting ASLI, de heer De Groot, zou gaan.
En zo gebeurde het. De heer De Groot is
afgelopen zomer op het congres Diaspora geweest en hij was er zeer over te
spreken. Hij ontmoette veel mensen die aan verdedigingskunst doen, waaronder
natuurlijk ook de heren van de Indonesische pencak silatbond en de wereldbond.
De Groot nodigde hen uit om naar Nederland te komen en uiteindelijk heeft de
Indonesische ambassade hen vorig weekend ontvangen.
Op zaterdag waren ze in Hilversum en in Vught om daar een aantal bijeengekomen pencak silatverenigingen te ontmoeten. Wij waren aanwezig in Vught. In mijn volgende blog zal ik hierover vertellen.
Op zaterdag waren ze in Hilversum en in Vught om daar een aantal bijeengekomen pencak silatverenigingen te ontmoeten. Wij waren aanwezig in Vught. In mijn volgende blog zal ik hierover vertellen.
zondag 10 november 2013
Dienstplicht
![]() |
| Javaanse revolutionairen bewapend met bamboesperen, 1946 Bron: Tropenmuseum |
Tijdens mijn dienstplicht medio '47 werkte ik in eerste instantie op de 83ste werkplaats als monteur. Ik moest natuurlijk mee het binnenland in als er pech was met een van de voertuigen. Risico was dat je dan aangevallen werd door vrijheidsstrijders. Dat was voor mij een dilemma, want een broer van mijn moeder was luitenant bij het Indonesische leger.
Stel dat ik tegenover hem kwam te staan, wat zou ik dan moeten doen? Bovendien wilde ik niet meewerken aan de strijd tegen zijn leger, maar dit kon ik natuurlijk tegen niemand vertellen. Ik hoorde ook verhalen over de politionele acties van ene generaal Spoor, hij had het Nederlandse leger in handen. Ik vond hem maar een misdadiger. Een stem in mij zei dat de Indonesiërs recht hadden op hun vrijheid. En hoewel ik als Indo een buitenstaander was, beschouwde ik hen als mijn eigen volk. En ik wilde niet vechten tegen mijn eigen familie en mijn eigen mensen.
Ik vroeg om overplaatsing met als reden dat het werk voor mij te zwaar was.
Ik had een tengere gestalte en ik gaf aan dat het sjouwen met onderdelen van
tanks en banden voor mij te moeilijk was. Niet helemaal de waarheid: wie mij
kent weet dat ik nooit zou opgeven om die reden. Maar blijkbaar was ik wel
geloofwaardig. Ik mocht na een half jaar gaan dienen bij de marinepolitie. Ook
daar bleef ik ongeveer een half jaar. Toch had ik soortgelijke problemen, want
er zat natuurlijk ook familie van mij bij de marine.
Toen kwam er Goddank toch een uitweg. Er was een vacature als
administratief medewerker bij de algemene federale politie en ik greep die
kans. Ik kon daar terecht. Vervolgens deed ik een toelatingstest voor de
opleiding tot hoofdagent aan de politieschool in Sukabumi. Ik werd toegelaten
tot de lichting 1948/1949. Hier kreeg ik mijn eerste contact met
vrijheidsstrijders.
zondag 3 november 2013
1945-1947
Twee dagen na de Japanse capitulatie op 15 augustus
1945 roept Soekarno samen met zijn rechterhand Hatta op 17 augustus de
onafhankelijke Republiek Indonesia uit. De Nederlanders weigeren dat te accepteren.
Aanvankelijk komen de partijen tot een akkoord, maar als zij het niet eens
worden over de uitleg daarvan, grijpt Nederland militair in. Bij deze
politionele acties (1947-1948) gaat het er gewelddadig aan toe. Onder druk van het buitenland kan Nederland niet langer om erkenning van
Indonesië heen en in 1949 wordt de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië
getekend. (www.gahetna.nl)
In 1945 na de proclamatie werden wij als Indo's, waaronder mijn grootvader Tönjes, zijn tweede vrouw Smith, mijn grootmoeder van moeders kant (haar man was overleden) en ik, op last van Soekarno bij elkaar gebracht in de suikerfabriekwoningen van Bermi. Dat ging via een lijst waarop alle Indo's geregistreerd waren. De vrouwen apart en de mannen apart. Maar we werden bewaakt en we kregen eten. Ik heb het niet als negatief ervaren, mijns inziens was het geen slechte maatregel van Soekarno. Het was juist voor onze bestwil, want wie weet wat er anders met ons zou gebeuren: denk aan het vlagincident in september 1945 bij het voormalige Oranje hotel in Surabaya, dat eindigde in een bloedbad. Het werd toegestaan dat het Rode Kruis ons bezocht, hiervan kregen we ook steun en eten. We werden goed behandeld.
In Bermi heb ik nog getraind met Alex Prins, die ook in het kamp zat en bij ons uit de buurt kwam. Ook zijn vader was geïnterneerd geweest. Hij beoefende ook graag het hanenspel dat ik in Probolinggo had geleerd.
Na de overeenkomst van Lingaddjati in november 1946 gingen we naar Tulong Agung. Dit was een soort camping of kamp. Sommigen klaagden dat ze weer in een kamp moesten, maar ik begreep dat het voor onze veiligheid was en zag het niet als een internering. Ik ontmoette mijn vrouw. Zij was vanuit Kediri, waar zij vandaan kwam, naar Tulong Agung gegaan. We moesten een tijdje blijven, want het was te gevaarlijk om naar het toenmalige Batavia te gaan. Het bewind van Soekarno was inmiddels overgenomen door Nederland. Nederland zou voor de orde en rust zorgen. Ik was nog een jongen toen, wat wist ik ervan?
In Batavia werden we door het Rode Kruis ontvangen. Ik kon niet terug naar Probolinggo, omdat we daar geen huis meer hadden en alles bezet was door de Indonesische strijdkrachten van de TRI. Daarom werd ik samen met de anderen naar Surabaya gezonden en daar kregen we te horen waar we terecht konden. Mijn opa kon ergens in Surabaya terecht en mijn grootmoeder van moederskant ging met haar schoonzoon mee die militair was. Ik moest in Surabaya dienstplicht doen.
Het was medio '47. Ik was 19, leefde in een kazerne en ik probeerde maar te doen wat ik kon. Ik was ingedeeld bij de legertechnische dienst 83ste werkplaats. Sinds mijn dertiende was ik niet naar school geweest. Omdat ik een korte tijd ULO gedaan had, kreeg ik tijdens mijn dienstplicht de kans om de MULO te doen op de avondschool. Na mijn dienstplicht ben ik naar de politieschool in Sukabumi gegaan en hier heb ik de MULO afgemaakt.
In 1945 na de proclamatie werden wij als Indo's, waaronder mijn grootvader Tönjes, zijn tweede vrouw Smith, mijn grootmoeder van moeders kant (haar man was overleden) en ik, op last van Soekarno bij elkaar gebracht in de suikerfabriekwoningen van Bermi. Dat ging via een lijst waarop alle Indo's geregistreerd waren. De vrouwen apart en de mannen apart. Maar we werden bewaakt en we kregen eten. Ik heb het niet als negatief ervaren, mijns inziens was het geen slechte maatregel van Soekarno. Het was juist voor onze bestwil, want wie weet wat er anders met ons zou gebeuren: denk aan het vlagincident in september 1945 bij het voormalige Oranje hotel in Surabaya, dat eindigde in een bloedbad. Het werd toegestaan dat het Rode Kruis ons bezocht, hiervan kregen we ook steun en eten. We werden goed behandeld.
In Bermi heb ik nog getraind met Alex Prins, die ook in het kamp zat en bij ons uit de buurt kwam. Ook zijn vader was geïnterneerd geweest. Hij beoefende ook graag het hanenspel dat ik in Probolinggo had geleerd.
Na de overeenkomst van Lingaddjati in november 1946 gingen we naar Tulong Agung. Dit was een soort camping of kamp. Sommigen klaagden dat ze weer in een kamp moesten, maar ik begreep dat het voor onze veiligheid was en zag het niet als een internering. Ik ontmoette mijn vrouw. Zij was vanuit Kediri, waar zij vandaan kwam, naar Tulong Agung gegaan. We moesten een tijdje blijven, want het was te gevaarlijk om naar het toenmalige Batavia te gaan. Het bewind van Soekarno was inmiddels overgenomen door Nederland. Nederland zou voor de orde en rust zorgen. Ik was nog een jongen toen, wat wist ik ervan?
In Batavia werden we door het Rode Kruis ontvangen. Ik kon niet terug naar Probolinggo, omdat we daar geen huis meer hadden en alles bezet was door de Indonesische strijdkrachten van de TRI. Daarom werd ik samen met de anderen naar Surabaya gezonden en daar kregen we te horen waar we terecht konden. Mijn opa kon ergens in Surabaya terecht en mijn grootmoeder van moederskant ging met haar schoonzoon mee die militair was. Ik moest in Surabaya dienstplicht doen.
Het was medio '47. Ik was 19, leefde in een kazerne en ik probeerde maar te doen wat ik kon. Ik was ingedeeld bij de legertechnische dienst 83ste werkplaats. Sinds mijn dertiende was ik niet naar school geweest. Omdat ik een korte tijd ULO gedaan had, kreeg ik tijdens mijn dienstplicht de kans om de MULO te doen op de avondschool. Na mijn dienstplicht ben ik naar de politieschool in Sukabumi gegaan en hier heb ik de MULO afgemaakt.
donderdag 31 oktober 2013
Wens
De maaltijd bestaat uit gele rijst met zeven gerechten (bijvoorbeeld kip is een gerecht, groente is een gerecht). Je kunt het houden ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis: een verjaardag of een trouwdag. De leden van mijn vereniging hielden een selamatan omdat we de naam van onze vereniging hebben veranderd. Waarom we dat hebben gedaan is een lang en minder fraai verhaal dat ik misschien een andere keer ga vertellen. Kort gezegd komt het erop neer dat onze naam is veranderd van Pamur Kombinasi naar PERMASIT.
PERMASIT betekent: Permainan Madura (Jago Tarong) Silat Tjimande (Tari Kolot Kebon Djeroek Hilir Banten). Het staat voor het Madurese Hanenspel dat we beoefenen. En los daarvan trainen we Silat Tjimande Tari Kolot. Dit zijn richtingen in de Indonesische verdedigingskunst. We hopen dat we met de naam PERMASIT een mooie nieuwe start kunnen maken.
Voordat je aan een selamatan begint moet je eerst een gunstige dag uitzoeken. Volgens de Javaanse kalender zijn bepaalde dagen geschikt om een wens te doen. Dat zijn meestal ook goede dagen om een bruiloft te plannen. Op de Javaanse kalender (genaamd Primbon Jawa) heeft elke dag een naam: pahing, pon, wage, kliwon, legi. Zo heb je bijvoorbeeld maandag pahing, maandag pon, etc. Vijf namen maal zeven dagen is dus in totaal 35 dagen. Na 35 dagen begint de cyclus opnieuw. De nieuwe dag begint al om 18.00u ’s avonds. Maandag pahing start dus al op zondagavond.
Een leerling van mij die hierin deskundig is, heeft uitgezocht dat donderdag pon 31 oktober een gunstige dag is. Deze dag begint op woensdag 30 oktober om 18.00u, vandaar dat we op die avond selamatan deden. Toevallig dat ik op een donderdag pon geboren ben en het ook nog Halloween is. Je doet namelijk een wens en je vraagt om hulp van de Almachtige Schepper. Voorouders in het hiernamaals worden daarbij ook herdacht. En ze zeggen dat in deze tijd, waarin ook Allerheiligen en Allerzielen valt, de overledenen bij ons zijn.
De selamatan was gepland bij een andere leerling in Tilburg, die zo aardig was om zijn huis ter beschikking te stellen. Er was een leerling die alles had gekookt. En mijn eerste assistent had een paar oudere pencak silatguru’s, tevens vrienden van mij, opgehaald: De heren Bax, Tulalessy en Umarella. De heer Umarella deed het gebed voor de maaltijd. Hij is haji, dat betekent dat hij als moslim op bedevaart naar Mekka is geweest. Daarom had ik gevraagd of hij dit wilde doen. Tijdens het gebed vroeg hij om vergeving, bescherming en geluk voor de vereniging.
Daarna konden we lekker gaan eten en vieren. Ik ben opgelucht omdat alles goed was gegaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)



